De begeleider
van de leerlingen
De begeleider van de leerlingen schept een positief leer- en leefklimaat, hij onderhoudt een
goede relatie met de leerlingen, hij
doet recht aan verschillen tussen leerlingen, hij gaat in de geest van de school om met normen, waarden en
regels en hij kan functioneren als mentor.
Tijdens mijn eerste stage had ik aan het eind van het jaar ordeproblemen met mijn 2 havo-klassen. Daarom wilde
ik aan het begin van de Lio-stage streng zijn, maar vond ik het moeilijk en de leerlingen bepaalden te veel de
les naar mijn zin. Daarnaast sprak ik de hele klas aan als het onrustig was en niet de leerling of groepjes
leerlingen. Ik deelde bijna nooit strafwerk uit, omdat ik geen idee had wat een 'normale' hoeveelheid
strafwerk zou zijn.
Na gesprekken met mijn SPD en het COL-groepje op de universiteit heb ik een
paar duidelijke regels op papier gezet, overtredingen waar ik me aan ergerde en die ik niet wilde zien in de
klas. De nieuwe klassen die ik kreeg heb ik dat ook meteen verteld en heb ik me ook aan gehouden. Ook heb ik nagedacht
over strafwerk en gezorgd dat ik altijd strafwerk heb klaarliggen.
Deze manier van orde bewaken paste goed bij mij. Het gaf mij meer zekerheid en zelfvertrouwen. Na de kerstvakantie voelde
ik me een stuk beter en stond ik ook zekerder voor de klas. En ik reageerde ook sneller bij
overtredingen. Het gedrag van de leerlingen was beter en er werd ook
beter opgelet en gewerkt. Aan het eind van de stage was het veel drukker en had ik er een paar lessen minder op orde
gelet. Toen merkte ik meteen dat de leerlingen onrustiger werden. Toen ik de regels weer ging gebruiken had dat meteen
effect. Het gebruik van de regels is een aandachtspunt voor na deze stage.
Hetzelfde merkte ik bij het afnemen van toetsen. In het begin waren de leerlingen stil tijdens de toetsen. Na een paar
keer werden ze onrustig. Als een leerling klaar was werd er onderling gepraat en als ik er iets van zei reageerde de
leerling wel, maar ging vlak daarna weer door.
Ook gaf ik een keer een toets in de 2 vmbo en ik merkte dat een aantal
leerlingen gespiekt hadden en ik heb er maar twee kunnen pakken hierop. Na deze les was ik erg kwaad op mezelf. Ik heb
toen meteen de klas aangesproken op hun gedrag en een nieuwe toets gemaakt en gegeven. Toen besloot ik dat toetsen in
alle klassen anders moesten gaan. Nadat ik de regels had gemaakt voor de normale lessen, wilde ik ook de toetsen anders
laten verlopen. Ik zorgde ervoor dat ik altijd strafwerk had klaarliggen als ik een proefwerk moest geven. Ik begon de
les met de regels te noemen (stil zijn / voor je uit kijken/ niet praten). Omdat ik nu uitstraalde dat ik het echt
meende, werkte het perfect. Ik heb een aantal toetsen gegeven, en niemand praatte er meer. Een goede voorbereiding van de
les kan zorgen voor een verschil in je houding waardoor de leerlingen zich anders gedragen.
Samen met Willem-Pieter van der Laan heb ik een onderzoek gedaan naar de identiteit van de school en daarmee samenhangend
het draagvlak dat de waarden en normen van de school onder het docentencorps heeft. In het verslag is hier meer over
te lezen. Het bleek dat iedere docent de nadruk op iets anders legde, maar daarnaast kwam wel naar voren dat alle docenten
zich aan de schoolregels hielden zodat de leerlingen daar altjd op aangesproken kunnen worden. Dat vond ik erg fijn omdat
dat mij veel houvast gaf en ik ze op de algemene regels kon wijzen.
Producten